Traditioneel Hung Gar / Chiu family

Hung Gar (洪家), Hung Kuen (洪拳), of Hung Ga Kuen (洪家拳) behoord tot de lijn onder de naam “Naam Kuen” (Nam Quan) omdat het zijn oorsprong vind in de zuidelijke Chinese provincies. Hung Gar behoord tot 1 van de 5 familiestijlen: Mok Gar, Lau Gar, Choy Gar and Li Gar.
Hung Gar is een traditionele boxing stijl die zijn oorsprong vind in de Siu Lam tempel, waarbij de focus ligt op non-nonsense aanval en verdedigings technieken en tegelijkertijd de gezondheid verbeterd door de beoefening van Qi die is verweven in de stijl.

Hung Gar is een stijl die gebaseerd is op de principes van yin en yang (Kantonees yam en yen) Het beschikt over lange afstand technieken met wijde standen (cheung kiu daar ma ” long bridge, big horse”) en korte afstand technieken met smalle standen (dun kiu daai ma ” short bridge, short horse”) Het systeem omvat soft en harde technieken, rechte en cirkelende bewegingen en er wordt vanuit lange of korte afstand aangevallen of verdedigd. Hung Gar legt veel nadruk (focus) op de ontwikkeling van een goede basis. Stevige standen (mabo), voetenwerk en het gebruik van de heupen voor effectieve krachtverplaatsing en daarbij een juiste manier van ademen.

Hung Gar gebruikt 4 domineerde aanvallende technieken in het systeem: (Engels)

  • Kicking (tek): straight, side, roundhouse, knee etc.
  • Striking (da): fist, palm, edge of the palm, fingers, forearm, elbows etc.
  • Throwing (suyt): sweeps, throws, falls etc.
  • Holding (na): holds, joint locks, vital point attacks etc.

Omdat Hung Gar hoofdzakelijk bekend staat als de ” Tiger en Crane” stijl (Fu Hok Pai) omvat het tevens de toevoeging van: (Engels)

  • Five animals (ng ying): dragon (lung), snake (she), tiger (foo), leopard (peau) en crane (hok)
  • Five elementen (ng hang): gold (gam), wood (muk), water (sui), fire (foh) en earth (to)
  • 12 bridge hands (sap yi kiu sau): gong, you, bik, jik, fan, ding, hyun, tai, lau, wan, jai en ding

Elke school zal verschillende manieren gebruiken om fysiek sterker te worden in combinatie met het leerprogramma. De leerling zal altijd in de training bezig zijn met een handvorm en wapenvorm. Beide worden tegelijk getraind. De applicaties vanuit de handvormen worden klassikaal getraind maar, de training zal uiteindelijk leiden naar de “4 pilaren”. Binnen de wapenvormen zijn er de: stok (gwan), Sabel (daan do), Butterfly knives (woo dip do) en de speer (cheung). Extra wapens waarin kan worden getraind zijn: Hellebaard (kwan do), Drietand (daar pa)

We kennen allemaal het gezegde: “beter 1 vogel in de hand dan 10 in de lucht” In het Hung Gar systeem gelden dezelfde regels. Je kunt beter 1 techniek 10 keer trainen, dan 10 technieken maar 1 keer. Het gaat er daarom ook niet om hoeveel technieken je leert maar, hoe flexibel je de technieken kunt gaan toepassen. Naast het technische gedeelte van Hung Gar, staat de training van kracht, snelheid, timing, afstand en gevoel centraal. ” Its not important ” to know techniques”, but “to have Kungfu”

De 4 pilaren (zuilen) van Hung Gar (洪家)

De vier pilaren van het Hung Gar zijn de vier handvormen (sets) die samen het systeem vormen. In combinatie met de verschillende standen “Mabo” zal er door de leerling getraind worden in de volgorde; Gung Ji Fook Fu Kuen (工字伏虎拳), Fu Hok Seung Ying Kuen (虎鶴雙形拳), Sap Ying Kuen (十形拳) en Tit Sin Kuen (鐵線拳).

 
De verschillende standen (Mabo) zijn onder te verdelen in:

  • Sei Ping Ma (horsestand): De benaming komt voort omdat het lijkt of dat je op een paard rijdt. Het is binnen het systeem 1 van de belangrijkste standen die wordt uitgevoerd.
  • Ding Ji Ma (bow-arrow stand): Een veel voorkomende stand binnen de stijlen in Kungfu. Het gewicht is vaak 60/40 verdeeld waarbij de voorste knie licht gebogen naar binnen staat.
  • Dui Ma (cat stand): De meest flexibele stand waarbij 90% van je gewicht steunt op het achterste been. Het voorste been is tevens gebogen waarbij alleen de tenen in contact staan met de grond. Het vergt veel balans om deze stand uit te voeren.
  • Quai Ma (Cross stand): Beide voeten/benen staan in een lijn tegenover elkaar waarbij je in een hoek van 90 graden naar beneden zakt. De voorste voet staat plat op de grond, waarbij de achterste voet vanuit de enkel los komt. Je staat hier op de bal/tenen.

Gung Ji Fook Fu Kuen (工字伏虎拳)
(Taming the Tiger)

Gung Ji Fook Fu Kuen is een I-patroon handvorm waarvan wordt gezegd dat het de oudste set is in Hung Gar systeem, die zijn oorsprong heeft van Hung Hei Gwoon en de Shaolin Tempel. Deze handvorm is erg lang en ontwikkeld voor de student een solide basis, kracht, conditie en de eerste stappen in de uitvoering van de verschillende aanval en verdedigingstechnieken. De vorm bestaat uit twee gedeeltes. Het eerste deel “Gung Ji” (工 字) wordt gelopen in een I patroon en opent met de een stuk wat harde “Chi” wordt genoemd. De student zal verschillende brugtechnieken en stap patronen gaan leren. Het tweede gedeelte Fok Fu (伏 虎) gaat over in het gebruik van tijger technieken. De vorm omvat bijna alle basistechnieken vanuit het systeem en ontwikkeld een solide basis.

Fu Hok Seung Ying Kuen (虎鶴雙形拳)
(Tiger and Crane Double Pattern Set)

Fu Hok Seung Ying Kuen is de handvorm binnen het Hung Gar systeem die overduidelijk weerspiegelt waarvoor de stijl staat. Deze set is opgezet door de legendarische Wong Fei Hung en later aangepast door Lam Sai Wing. Dit is vandaag dan ook de versie die de wij kennen. Waar Gung Ji het technische gedeelte vormt, legt Fu Hok de basis voor de krachtige bewegingen van de tijger en de elegantie van de kraanvogel. Voor velen wordt het Hung Gar daarom ook vaak de “Tiger Crane” stijl genoemd.


Sap Ying Kuen (十形拳)
(Five Animal, Five Element)

De vorm Sap Ying Kuen laat de leerling kennis maken met de vijf dieren en 5 element vanuit de Chinese filosofie. Deze vijf dieren zijn: draak, tijger, slang, tijger en luipaard. De vijf elementen zijn als volgt: metaal, hout, water, aarde en vuur. De tijger en kraanvogel zullen op dezelfde manier worden uitgevoerd als in de vorige vormen maar nu met de toevoeging van andere drie dieren. In het eerste gedeelte van de vorm zal de leerling bezig gaan met de uitvoering van de draak en begint de leerling langzaam meer controle te krijgen over zijn ademhaling en de juiste tensie van kracht in het gebruik van statische en dynamische Qi Gong (气功) in de technieken.

Het volgende gedeelte zal overgaan in het gebruik van de slang. De slang reageert snel door korte snelle voorwaartse bewegingen, waarbij de vingers worden gebruikt om zo zwakke plekken van de tegenstander te raken. De luipaard staat voor snelheid en kracht en de technieken worden daarom snel en krachtig uitgevoerd. De vingertoppen (2 kootjes) zijn vaak inwaarts gebogen

Van de elementen wordt metaal gebruikt met een gesloten hand waarbij een enkele arm een solide aanval als verdediging is voor op en neerwaartse bewegingen. Hout vertegenwoordigd korte en strakke aanval en verdedigingen. Het element water is elegant en vloeiend. De bewegingen gaan met beiden armen waarvan de vuisten vaak gesloten zijn. Vuur (vuurzon) is direct en hard en wordt gebruikt voor korte afstanden. Het laatste element is aarde wat staat voor een solide basis (voetenwerk), waarvan de bewegingen op en neerwaarts gaan in combinatie met uppercuts en hoeks.

Tit Sin Kuen (鐵線拳)
(Iron Wire )

De Tit Sin Kuen set is de moeilijkste en hoogste set binnen het Hung Gar systeem. Vanuit de vorige handvormen is de leerling vaak extern bezig maar, in Tit Sin Kuen zal de focus liggen op de ontwikkeling van de interne kracht door een juiste krachtverplaatsing, het houden van postuur en ademhaling. Het gebruik van geluiden zoals: angst, verdriet en geluk die weer gekoppeld zijn aan een specifiek uitvoering van een techniek en zo weer gekoppeld aan een intern orgaan. De oprichter van de vorm word erkend aan Tit Kiu Saam (铁桥 三).